Stoppen BEL samenwerking kan ruim 30 mln kosten

4 februari 2017, 08:09

4 febr.- Stoppen met de ambtelijke samenwerking Blaricum, Eemnes en Laren als gevolg van een gemeentelijke herindeling kan ruim 30 miljoen euro gaan kosten. Dat is af te leiden uit de afspraken die na de vorming van de BEL Combinatie zijn vastgelegd in de zogeheten Gemeenschappelijke Regeling(GR) en jurisprudentie.  De kosten kunnen een rol gaan spelen bij de besluitvorming over de bestuurlijke toekomst van de gemeenten in het Gooi en de Vechtstreek. Volgende week wordt officieel duidelijk welke conclusies Gedeputeerde Staten van Noord-Holland trekken uit het recente bestuurskrachtonderzoek. De BEL-gemeenten hebben gepleit voor hun zelfstandigheid, werken aan verbetering van hun ambtelijke combinatie en zijn voor meer regionale samenwerking. Maar als de keus van GS bijvoorbeeld valt op het samenvoegen van Laren en Blaricum bij Huizen, dan moeten er, na instemming van betrokken gemeenteraden, allerlei regelingen worden getroffen. Onder andere voor bijna tweehonderd personeelsleden en kantoorhuisvesting. Bij vertrek uit de GR moet een afkoopsom worden betaald. Die is volgens een bepaalde staffel gebaseerd van de personele kosten(circa 11 miljoen euro per jaar) en overige lasten (5 miljoen). Daaruit valt af te leiden dat de kosten kunnen oplopen tot ruim 30 miljoen euro. Populaire artikelen 12 uur van Centrum Hilversum op 14 september Weesp trekt toch weer naar Gooi voor wmo   ’Binnen de Gemeenschappelijke regeling is gekozen voor een uittredingstermijn van twee jaar om tot goede (financiële) afhechting te kunnen komen die kan afwijken van jurisprudentie.’ Dat schrijft het dagelijks bestuur van de BEL Combinatie in antwoord op vragen van De Gooi- en Eemlander (zie onder dit artikel). Eemnes Eemnes dat in de provincie Utrecht buiten het ’schootsveld’ van GS Noord-Holland ligt, en niets voelt voor een HBEL-fusie, moet dan elders ambtenarencapaciteit ’inhuren’ om als gemeente te kunnen blijven functioneren. Voor de BEL-ambtenaren is bij uittreding van gemeenten of opheffing een sociaal plan nodig dat voorziet in herplaatsing, werkbemiddeling of afvloeiing. Overigens heeft de Ondernemingsraad een jaar geleden al expliciet gemeld ’geen enkele reden voor een ambtelijke samenvoeging of fusie met de gemeente Huizen’ te zien. Voor de opheffing van de BEL Combinatie is een besluit van twee van de drie gemeenten nodig. Hieronder de vragen met de antwoorden van het dagelijks bestuur van de BEL Combinatie. 1. Hoe is de ontbinding van de GR voor de BEL Combinatie formeel geregeld? Als een deelnemende gemeente wenst uit te treden, dan geldt een opzegtermijn van twee jaar. Als twee derde van de leden van het AB van de GR daarvoor kiest, kan ook worden geliquideerd. De verplichtingen die voortvloeien uit een liquidatieplan, komen naar rato van de verdeelsleutel voor rekening van de gemeenten. Dit is vastgelegd in art. 29 en 30: uittreding van de GR 2. Wat zijn de kosten (schatting) van zo’n ontbinding en waar bestaan die uit? Uittreding: Een financiële doorrekening op dit moment zal geen weergave zijn van de uiteindelijke kosten. Bestaande jurisprudentie stelt dat als een gemeente uittreedt bij een GR de vaste kosten van vijf jaar de afkoopsom betreft (in een indicatieve aflopende staffel van 100% / 80% / 60% / 40% / 20%). Samen dus 300% van de vaste kosten. Binnen de GR is gekozen voor een uittredingstermijn van 2 jaar om tot goede (financiële) afhechting te kunnen komen, die kan afwijken van jurisprudentie. De vaste kosten van de BEL Combinatie bestaan vooral uit personele kosten (ca 11 miljoen) en lasten voor kantoorhuisvesting. Samen vormen deze twee posten het grootste deel van de BEL-begroting (ca. 16 miljoen). Ontbinding: Het is te complex om de kosten van ontbinding te schatten. Dit heeft te maken met de verschillende mogelijkheden van andere bestuurlijke modellen, zoals een herindeling; en de vraag is welk deel van het personeel daar kan worden ingebracht. Ook is de locatie van een nieuw samenwerkingsverband/herindeling weer van invloed op de doorlopende kosten van huisvesting (wanneer bijvoorbeeld gekozen wordt voor de huidige kosten). Bij liquidatie zullen de kosten voor de deelnemers afhangen van de gekozen fusie. Een HBEL-fusie leidt waarschijnlijk tot hogere liquidatiekosten maar heeft waarschijnlijk ook hogere synergievoordelen dan een BEL-fusie. 3. Wat zijn de gevolgen voor het personeel en welke voorzieningen zijn daarvoor? Voor het personeel moet een sociaal plan voorzien in herplaatsing, van werk naar werkbemiddeling of afvloeiing. Bij uittreding zal de formatie van de BEL Combinatie moeten dalen, daarentegen zal die van de uittredende gemeente stijgen (tenzij een nieuw verband of fusiegemeente gekozen zou worden). 4. Draaien de 3 gemeenten op voor de kosten als 1 of 2 gemeenten besluiten uit te treden? Bij uittreding moet(en) de uittredende gemeente(n) betalen, bij liquidatie dragen de drie gemeenten naar rato bij. Dat is onderwerp van nader overleg (zie leden 3 en 6 van art. 29 GR BEL Combinatie). Over het algemeen draait de uittredende gemeente in eerste instantie op voor de directe uittredingskosten, maar dit heeft uiteraard ook gevolgen voor de blijvende deelnemers. 5. Wat is de rol van de provincie bij zo’n ontbinding, kunnen de kosten ook voor rekening komen van de provincie al dan niet met instemming van de provincie? Het is allereerst een GR die valt onder de bevoegdheid en verantwoordelijkheid van de 3 colleges van B&W van de deelnemers conform de Wet Gemeenschappelijke Regelingen. De provincie(s) hebben er feitelijk weinig over te zeggen. Natuurlijk ligt dit anders wanneer een ARHI wordt aangevraagd. De uittreding- of liquidatiekosten betreffen dan mogelijke frictiekosten. Bij een gemeentelijke herindeling is de omgang met frictiekosten als volgt: In het kader van de maatstaf herindeling ontvangt een nieuwe gemeente deze uitkering. Het Rijk hanteert een enge definitie van frictiekosten. Er is sprake van frictiekosten als door samenvoeging van gemeente onafwendbare extra kosten ontstaan. Zo zijn huisvestingskosten geen frictiekosten omdat de gemeenten ervoor kunnen kiezen de bestaande huisvesting te handhaven. Het gegeven van 3 gemeentesecretarissen is wel het gevolg van frictie. Geen frictiekosten bij herindeling: ▪ Wegwerken achterstalligheden: onderhoud, archief ▪ Aanpassen afschrijvingsmethodieken ▪ Inzet eigen personeel voor de herindeling (personeel wordt voor prioriteiten ingezet die college en raad kiezen) ▪ Structurele lasten van nieuwe huisvesting ▪ Daling algemene uitkering ▪ Opschaling of uitbreiding personeel ▪ Stijgen ambitieniveau: hogere onderhoudskwaliteit Frictiekosten bij herindeling: ▪ Organisatieonderzoek ▪ Integratie van bestaande beheerplannen ▪ Afstemming beleidsvelden ▪ Voorlichting ▪ Wachtgelders, boventalligen en garantiesalarissen voor zover geen sprake is van een gelijktijdige reorganisatie ▪ Functiewaardering ▪ Verhuizing en tijdelijke voorzieningen voor huisvesting ▪ Inhuur van personeel tbv herindeling ▪ Extra lasten als gevolg van kapitaalvernietiging De frictiekosten voorafgaand aan de herindeling behoren ten laste van de exploitatie te komen via de algemene reserve ten laste van de nieuwe gemeente. De frictiekosten moeten worden geraamd en worden geconfronteerd met de vergoeding. De vergoeding van de middelen vindt plaats in de 4 jaren na de feitelijke herindeling volgens het schema 40-20-20-20. 6. Bij een geschil tussen de gemeenten over de ontbinding van de GR wie heeft dan het laatste woord en kunnen gemeenten tegen elkaar procederen bijvoorbeeld bij de bestuursrechter of de Raad van State? Procederen kan uiteraard altijd maar het DB heeft de taak een en ander te regelen met het betreffende college, waarbij minnelijke oplossingen uiteraard de voorkeur hebben. Zie art. 27 GR. 7. Het aantal fte BEL Combinatie actueel, idem vacatures. De toegestane formatie in 2016 is 176,1 en werkelijk 159,7 fte. Bezetting is over het algemeen iets lager dan de beschikbare formatie, maar wisselt van tijd 8. Wat zijn de (geschatte) besparingen/meerkosten als er van 3 gemeenten > 1 gemeente wordt gemaakt? Dat is onderdeel van dispuut. In het algemeen kun je zeggen dat als je wilt besparen, dit ook mogelijk is. Heel direct verdwijnen er een aantal bestuurders, en krijgen de blijvende bestuurders een hogere beloning. Je houdt over in ieder geval één raad en één college van B&W. Maar raad en wellicht ook college worden wel (iets) groter dan nu en de vergoedingen zijn wat hoger. De kosten voor het bestuurlijk apparaat dalen om en nabij met 1 tot 1,5 ton per gemeente, totaal rond de 4 ton voor een BEL-fusie. Tegelijkertijd kunnen in het algemeen kanttekeningen worden geplaatst bij de kostendaling per gemeente, zoals uit onderzoek is gebleken. In het geval van een BEL-fusie lijken de kosten wel in deze ordegrootte te kunnen dalen omdat de ambtelijke fusie al is gerealiseerd. Over een HBEL-fusie is het lastiger concrete cijfers te noemen, veel hangt af van politieke keuzes. Bron: Gooi en Eemlander



Recent nieuws Leiden

Meer laden...
19136512